maandag 27 juli 2020

Handen uit de mouwen

Vanaf half mei heb ik nauwelijks of niet meer geklust. Na ruim 4 maanden verbouwen, verhuizen, de oplevering van het oude huis, gedoe rondom de badkamer en er gewoon bij werken was de pijp wel een beetje leeg. 

Daarnaast was het in de garage door al het bouwafval van de badkamer / toilet zo'n gigantische puinhoop geworden dat ik niks meer kon vinden als het ging om gereedschap of materialen. En geloof mij, als je eerst 30 minuten aan het zoeken moet en dan eigenlijk nog niet vindt wat je wil hebben, is de zin om te klussen ver te zoeken....


Maar toch moest er ergens een begin gemaakt worden om uiteindelijk het huis verder af te maken. Na een paar weken van grootste plannen, was het dit weekend zo ver. De garage ging op de schop. Ik bestelde weer een container (de derde inmiddels), Bart deed vorige week de eerste opruimslag.

Daarna ging ik afgelopen zaterdag na het verschuiven van de resterende spullen vol goede moed met de latex aan de gang in het achterste stuk van de garage. We willen de garage namelijk als opslag, washok en sportkamer gaan gebruiken, dus een beetje opfrissen kon geen kwaad. Het resultaat was meteen zichtbaar.


Zondag hebben we samen een dwaze poging gedaan om de vloerbedekking van het oude huis nieuw leven in te blazen in de garage. De eindconclusie van de poging is dat het maar goed is dat we geen van beide een carrière als stoffeerder ambiëren. Alles zat onder de lijm, de randen zijn wat rafelig en naad tussen de twee lappen is niet bijzonder goed gelukt. Maar goed, het is en blijft een garage en het is 1000% beter dan een kale betonvloer. 


Dus al met al is de klusactie tot nu toe geslaagd. Het sauzen moet nog afgemaakt, maar daar had ik geen tijd meer voor. Wel is een groot deel van het gereedschap en de materialen uitgezocht en netjes per categorie in kasten geplaatst. Dat maakt het zo veel gemakkelijker om de rest van de lange waslijst stukje bij beetje af te gaan maken.

zondag 5 juli 2020

Terug van weggeweest

Gisteren ben ik samen met Bart voor het eerst na 4,5 - 5 maanden afgereisd naar het schone Brabant. Begin februari was ik er voor het laatst. Met het uitzicht op de sleuteloverdracht van het huis en de daarop volgende verbouwing, zwaaide ik de familie voor naar wat ik dacht een paar weken. Niet wetende dat de gevolgen van het Corona virus zo groot zouden zijn en dat ik ze zo lang niet zou zien.

Mijn ouders en broertje zag ik nog een of twee keer bij ons thuis in Ede, echter zonder de gebruikelijke knuffels bij het weerzien.

Nu de 'code rood' met betrekking tot Corona lijkt te zijn geweken, vond ik het wel weer eens tijd om naar Brabant af te reizen. Zeker met het oog op het feit dat mijn oma morgen (maandag) haar 86ste verjaardag viert.

Met oma videobelde ik gedurende de hele Corona periode regelmatig via Whatsapp. Afgelopen donderdag vertelde ik haar dat ik niet wist of we het gingen halen om naar Brabant te komen voor haar verjaardag. Leek zal ze het niet hebben gevonden, maar ze begreep het wel. Wat ze niet wist, is dat dit een afleidingsmanoeuvre was in het kader van het verrassingsbezoek dat ik aan het regelen. Want wat is er nu een mooier cadeau voor je verjaardag, dan een van de kleinkinderen na lange tijd weer echt te zien.

Mama zat in het complot; zij vertelde oma dat ze zaterdagmiddag taart zou komen brengen voor de visite van zondag en maandag. Op deze manier wisten we zeker dat oma thuis zou zijn zonder dat ze zou vermoeden dat wij langs zouden komen. Gewapend met feesthoedjes, roltongen, een regenboogkleurige verenboa, een bos bloemen en uiteraard de taart gingen we oma.

Omdat ze me bij het aanbellen via de camera kan zien, hadden we alle feestspullen in een doos meegenomen. Beneden in de hal dosten we ons uit. Al toeterend en blazend op de roltongen, gingen we met feesthoedjes op ons hoofd met de lift naar boven en liepen we door de galerij naar het appartement van oma. De glimlach op haar gezicht zei boekdelen: verrassing geslaagd. Als jarige Jop moet je er natuurlijk extra feestelijk uitzien, dus kreeg ze de regenboogboa om te dragen. En een flinke bos bloemen. En op gepaste afstand aten we van de meegebrachte taart en konden we op ons gemak even bijpraten. 


Zoals ik al eerder zei, had ik papa en mama wel gezien. Maar al die tijd heb ik ze geen knuffel kunnen geven. En hoe jong of oud je ook bent, volgens mij kun je altijd nog wel eens een knuffel van je ouders gebruiken. Ik in elk geval wel. Alleen hoe doe je dat als je 1,5 m afstand moet houden.

Vanuit de verbouwing hadden we nog een overall liggen dat bestand is tegen chemicaliën. Mijn vermoeden was dat dit dan ook wel eventuele virussen tegen zou houden. Mondkapjes hebben we niet in huis, maar wel een heavy duty stofmasker. Mijn outfit maakte ik af met het gelaatsscherm dat Bart heeft gebruikt toen hij de plafonds heeft ingesproeid met rookwijderaar. Uiteindelijk was ik alleen handschoentjes vergeten, maar de mouwen waren zo lang dat ik mijn handen er in had verstopt. In elk geval, de knuffels zijn op een veilige manier uitgedeeld en in ontvangst genomen.


Hoewel het fijn was iedereen op deze manier weer te kunnen zien en knuffelen, hoop ik wel dat het binnenkort wat gemakkelijker gaat. Want om zelfs in de omgeving van je familie 1,5 m aan te houden, is en blijf lastig.

dinsdag 30 juni 2020

Voltooid verleden tijd

Vanaf morgen, 1 juli, ben ik niet langer de huurder van mijn oude huis. Een hoofdstuk dat wordt afgesloten. 

Afgelopen weekend hebben we de woning leeggemaakt: vloerbedekking eruit, gaatjes in de muur plamuren, keuken - badkamer - toilet grond schoonmaken en de laatste spullen uit de tuin halen. Om vervolgens vanmiddag de sleutel in te leveren. Het is vreemd om na een tijd je oude huis weer leeg te zien. 





2 jaar en 4 maanden heb ik er gewoond. Een bewogen tijd. Toen ik er kwam wonen, stond ik nog aan het begin van mijn herstel van de reactieve artritis. Om me heen werden mensen ziek of vielen mensen weg. Het grootste deel van het leed dat daten heet speelde zich eraf en nu natuurlijk de hele situatie rondom Corona. 

Maar ik kijk vooral met heel veel plezier op deze periode terug en heb ik er hele mooie herinneringen aan.
  • Mijn 30ste verjaardag gecombineerd met een housewarming, waarbij vrijwel de hele familie vanuit Brabant over was;
  • De komst van Ella;
  • Het eerste jaar verkering met Bart;
  • De gezinsuitbreiding met de adoptie van Tibby;
  • De bezoekjes van familie, vrienden en kennissen;
  • En het feit dat ik voor het eerst een plek had die van mezelf was.
  • .... (voor alle dingen die ik nu vergeet)
Nu beginnen Bart en ik echt sámen aan een nieuwe hoofdstuk en ik hoop dat er minstens net zo veel leuke en mooie herinneringen bij zullen komen.

maandag 22 juni 2020

Mikado

Ik heb mezelf weer een uitdaging gegeven. 

Een truitje breien voor een oude dreumes van 2 jaar oud. En dan ook nog eens met een ingebreid Noors patroon.

Nog nooit breide ik zo iets kleins. En ook inbreien heb ik nog nooit gedaan. Maar vol goede moed ben ik begonnen.

Het patroon wordt rondgebreid. Wat dit soort kleine maten, het gebruik van naalden zonder kop betekent. En dat staat voor mij altijd gelijk aan: Mikado.



Na 6 naalden komt de techniek vrij snel weer terug. En hopelijk kan ik over niet al te lange tijd over naar mijn rondbreinaald.

Wel zie ik op tegen de mouwen, want ook die worden rondgebreid.....

zondag 14 juni 2020

Naadloos

Degene die mij kennen en/of al een aantal jaar via mijn blog volgen, weten dat ik het erg leuk vind om te haken. Een van de eerste projecten die ik me nog kan herinneren, was een bikini toe ik ongeveer 14 - 15 was. Aangezien wol en water niet heel erg goed combineren, werd dat project geen succes.

Als je zo veel jaren met een hobby bezig bent geweest, zou je denken dat je niet heel veel nieuws meer leert. Niks is minder waar.

Mijn eerste knuffel (Amigurumi in jargon) haakte ik meer dan 5 jaar geleden. Tot op de dag van vandaag vind ik Miss Wooly nog steeds geweldig. Er is alleen een klein minpuntje aan haar: je blijft heel duidelijk de naad zien waar toeren van het hoofd binnen en eindigen.

    

Afgelopen week begon ik aan een nieuwe knuffel (wat voor knuffel en voor wie houd ik nog even geheim) en opnieuw liep ik tegen die lelijke naden aan.

Mijn gevoel (en de foto's in het patroon) zei(den) me dat die mooier moest kunnen, maar hoe? Bij mijn originele techniek sloot ik elke toer met een halve vast, maakte ik een losse om weer hoogte te krijgen om vervolgens met de eerste vast van de toer te beginnen. Op deze manier kreeg je wel mooie strakke toeren, maar de overgang was nogal zichtbaar.


Met mijn tweede bol wol begon ik een test. Als ik nu de losse, om hoogte te winnen, weg laat en meteen door vanuit de halve vaste om te sluiten door ga naar een vaste. De overgang werd wel degelijk minder hard, maar door de halve vaste in de vast van de voorgaande toer was het nog steeds zichtbaar. En zeker niet zoals de foto van het patroon liet zien.


Aangezien mijn test als beter was dan het origineel, haalde ik het origineel om met die bol wol aan een derde test te beginnen: de voorgaande toer niet afsluiten met een halve vaste, maar gewoon meteen met een vast beginnen. En zie daar, het resultaat dat ik zocht: geen zichtbare naden meer in rondgehaakte werkstukken.


De techniek maakt het minder gemakkelijk om het begin en einde van een toer te herkennen, maar daar zijn markeerders of veiligheidsspelden voor uitgevonden. En of het helemaal is zoals het hoort, durf ik niet te zeggen. Maar ik vind het zelf mooi en dat is het belangrijkste lijkt me. 

Voor een mooie overgang van kleur 1 naar kleur 2 vond ik een heel goed instructiefilmpje op Youtube.


Zoals je ziet, je kunt altijd nog bij leren. Zelfs na jaren en jaren van oefenen.


donderdag 14 mei 2020

Wortel of winterpeen?

Soms heb ik van die momenten dat ik me de meest nutteloze dingen afvraag. Zo ook een paar weken geleden, wanneer heb je het over wortels en wanneer heb je het over winterpeen?

Hoe kwam ik hier op..... Vorig jaar heb ik rond april wortelen gezaaid in de achtertuin. Het label luidde '320050 Zomerwortelen, Amsterdamse Bak en Vollegrond' - smakelijk bospeen. Daar gaan we al, zijn het nu wortelen of bospenen.....?

Helaas is de grond in mijn tuin niet de meest vruchtbare grond, dus ze groeide langzaam tot niet. Geïrriteerd door het feit dat bijna niks in de tuin wilde groeien, heb ik de tuin links laten liggen. Toen ik een paar weken geleden onkruid wilde gaan wieden, wilde ik beginnen om de 'verloren' groenten van vorige jaar uit de grond te halen. En tot mijn grote verbazing kwamen daar serieuze wortelen (of zijn het nu penen) uit.


De wortelen waren dus gedurende de herfst en winter langzaam door gegroeid. Werden het daarmee geen winterpenen?!?!

Wat onderzoek op internet maakte me helaas niet veel wijzer. Wortel, waspeen, bospeen, winterpeen; ze dragen allemaal de Latijnse naam Daucus carota. Verder zijn ze allemaal oranje en smaken ze zoet. Het verschil lijkt hem in het formaat te zitten. En niet eens zozeer in de tijd van oogsten, winterpeen is namelijk het hele jaar door te oogsten.

Wortel of winterpeen, ik wilde hoe dan ook wat leuks doen met mijn eigen geteelde groenten. Helaas ben ik zelf geen liefhebber van hutspot en ook gestoofde worteltjes kunnen mijn goedkeuring niet wegdragen. 

Mijn vriend had vorig jaar geprobeerd om wortelen in te maken, maar deze waren helaas door het gebruik van koude opgiet (onduidelijkheid in het recept) bedorven. Het leek me een uitgelezen kans om met eigen geteelde groenten het inmaken te herhalen. Dit keer met hete opgiet.

Wortelen schoon maken, weckpot uitkoken, pekel maken met azijn, water, suiker, knoflook, gember, peper en laurier, alles samenvoegen, et voila!


Nu nog een paar maanden wachten en dan kijken hoe het wortelen of penen smaken.

zondag 3 mei 2020

't kèn nèt

't kèn nèt' kan in de Nederlands op twee manieren worden geïnterpreteerd. Op zijn Brabants of op zijn Fries. De Brabanders zijn in dat opzicht wat positiever dan de Friezen, bij hen 'kan het namelijk net'. Bij Friezen 'kan het niet'.

Ik had vandaag een typisch gevalletje 't kèn nèt'.

In de keuken moest de kopse kant van een nieuw gezette muur nog worden afgewerkt. Gisteren plaatsten Bart en ik een flinke houten balk om het frame van de gipsplaten af te dekken. Er bleef echt nog een flinke spleet zichtbaar tussen het spackwerk van de muur en de balk.


Gewapend met Spack vuller, schilderstape, een penseel en wat water trok ik ten strijde. Zelf was ik in de veronderstelling dat een tube van 330 gram genoeg zou moeten zijn. Bart dacht daar anders over en op zijn advies namen we een tweede tube mee.

Na ongeveer 10 cm te hebben gevuld, begreep ik dat de tweede tube een wijs besluit was geweest. Ik had al namelijk een groot deel van de eerste tube gebruikt. Uiteindelijk kon ik met de eerste tube de eerste helft van mijn klus klaren. Alleen was ik er niet 100% zeker van dat de tweede tube genoeg zou zijn voor het tweede stuk. Een gevalletje 't kèn nèt'.

Het leek er even op dat het om de Friese betekenis van de uitspraak zou gaan. Beide tubes had ik grondig leeg geknepen en mijn vuller was op, terwijl ik nog 6 cm moest vullen.....


De enige wat ik me nog kon bedenken, was het opensnijden van de tubes in de hoop dat er nog een klein restantje in zou zitten. Met de bovenkant van de tubes af, kon ik met een plamuurmes de binnenkant schoon schrapen. Omdat de tubes te hoog waren voor het plamuurmes, moest ik nog een keer snijden. Uiteindelijk had ik nog een flinke dot vuller wat gelukkig meer dan genoeg was voor het laatste stukje.


En daarmee ging het dus ineens om de Brabants betekenis van de uitspraak; het kon net!